Recent Work

  • De Lange Reis

    In De Lange Reis naar het Zesde Zegel ontmoet ik het zielemeisje Irana en haar moeder. Zij zijn verdronken, en nemen mij mee in hun wereld van stervende zielen. Daar begint een reis naar de toekomst van de wereld, en het verleden en de toekomst van mijzelf, en mijn eigen ziel.

     

    Read more... De Lange Reis  
  • Wachten op de hel of waar is kleine misha

     

     

     

     

     

     

     

     

    Een reis naar het toen van Buchenwald, Auschwitz en Hitler. Zes jaar lijden, lijden van de ziel, de zielemensen, en de ontmoeting met mijzelf.

     

     

    Read more... Wachten op de hel of waar is kleine misha  
De achtergrond

 

Levenden en niet-levenden

San-koron-Loch wordt de mens van deze wereld genoemd. Dat wat zevenmaal bezield is en slijt in het duistere stof. San, Zevenmaal sterft de ziel en wordt wedergeboren. De mens is het bezielde vlees, het vlees dat eindig is en afsterft. En onze wereld is Yal, stof zonder Licht.

En zo kan ik werken voor de ziel, voor de bezielde mens, maar ook voor de ziel zonder lichaam, de dolende ziel, of de wachtende ziel, of de ziel met een taak in deze wereld. Ik mag bevrijden, ik mag contact hebben, erbij zijn, en leren, en doorgeven. Deze wereld van het stof, het grofstof, en die wereld van het fijnstof, het spirituele, het niet-geziene.

 

Sferen en stoffen

Dimensies zijn er niet. Een dimensie duidt op een ruimte met een grens. In die sferen zijn geen grenzen dan de poorten naar de stoffelijke wereld. Het zijn stukjes eeuwigheid. Er zijn hellen en hemelen, hellepoorten en hemelpoorten. Er ligt een ring om de aarde, om onze wereld, een fijnstoffelijke ring. Brodal, fijnstof, het spirituele, geestelijk zijn, zonder materie, maar wel zijn. Aan de buitenkant van de ring is de Oem-mis, de poort van het zijn naar het Niet-zijn, het Oem-mis-Oem, de Goddelijke Leegte, ook genoemd het roersel der Wijdte in zuiverste. Aan de binnenkant zijn de poorten van hellen en hemelen, de wachtkamers en de zielen ter aarde. De aarde is yal, materie zonder Licht. De stof is Borkan, grofstof. Fijnstof en grofstof kennen uitersten, van het Niet, stofloos, tot de grofstof in absolute verstening. De mens is van grofstof en de ziel is van fijnstof. Maar materie, vlees, is niet vast. Ook een steen kent stroming, beweging. Alleen is deze gevangen in de grofstof. Ziel en vlees kunnen elkaar raken door de stroming van de materie, van het vlees.

 

De wereld van de zielen

Ik heb de zielen, geesten, vormen en energieën gezien. Ik zag niet alleen, er was ook contact. Er werd naar mij gekeken. Ik hoorde er bij, was onderdeel. In ieder geval als toeschouwer. Ik wist dat ik aan de andere kant zat, en “zij” wisten het ook. Maar ik leerde ook, via de informatie die zij gaven. En ik ging meer zien, ik ging beter zien. Gene zijde, gene zijden. Er zijn poorten naar die gene zijden. Er zijn sferen, kamers, ruimtes. Er zijn verstilde verledens, waarin zielen wachten. Maar ook waarin zielen er zijn om te bezielen. Om ziel te geven aan dat wat er gebeurd is in onze wereld. Er zijn wachters en getuigen, dolenden en heiligen, Engelachtigen en duivelachtigen. Er zijn verschillende verschijningen, vlekken met kleuren, de mens die zij eens waren, of ooit waren, schaduwen, stemmen. Ik heb er veel gezien en een aantal ontmoet. Ik heb de werelden of sferen gezien waarin zij verblijven, waarin zij zijn. Ik heb ze gezien in onze wereld, onze sfeer. Daar waar sferen samenkomen.

 

De scheiding

En God scheidde Licht en duister. In het begin van onze wereld is de Goddelijke energie van de aarde verdwenen. De poelen des Lichts sloten zich, versteenden en werden duister. De wereld van de Doeme, van de wonderen en het Woord. De Zano, Gods Adem had zich verheven. De Arat, de Adem van het volk, steeg tot boven. En er was bevruchting, en Heiligen en Profeten werden hieruit geboren.

 

Karma en erfdeel

In mijn boeken wordt uiteengezet dat de mens bezield is en hoe de mens bezield is. Het leven in onze wereld brengt belasting, ballast. Door daden en gebeurtenissen in het leven stapelen zich op en vormen zo een erfenis. Deze erfenis wordt door de ziel meegedragen en bepaald zijn lot, en aldus het lot van het leven van de mens.

 

De verbeelding

Beelden en tekenen. Stemmen en teksten. Ik weet dat het mijn verbeelding is. Ik heb ze meestal alleen gezien, soms zag iemand waarmee ik was ze ook. Een bevestiging van een gedeelde werkelijkheid of een geestelijke overdracht van de een naar de ander. Voor mij is die verbeelding echt, ik heb het echt gezien, gehoord, gevoeld. In mijn jeugd waren het vooral dromen. Dromen die niet stopten als ik wakker werd. Ik moest die verbeelding verdrijven, door andere verbeelding. Beelden, visioenen, ze kwamen en komen. Van het verleden, van de toekomst. Andere werelden, hemelen en hellen, ik heb ze getekend, opgetekend en beschreven. Ik heb er niet over gelezen en niet naar gezocht. Soms vond ik herkenning en bevestiging, door anderen, boeken, gebeurtenissen of Internet.

De tekenen, beelden die niet uit mijn verbeelding kwamen, maar die er al waren, voor iedereen zichtbaar. Een naam op een muur, een beeld in een vlam of in een wolk. Ik heb ze ook beschreven, opgetekend, gefotografeerd. Een voorspelling die uitkwam, een gebeurtenis uit iemands verleden die exact klopte met mijn waarneming. De getoetste waarheid van de profeet.

 

Maar ik heb ook ervaren dat heel veel geziene beelden verbeelding is. Beelden die nodig zijn om te herkennen, voor mij en voor de overdracht van mij naar anderen. En de ziel heeft geen vorm en geen beeld dan dat wat nodig is voor de herkenning. En mijn herkenning is uniek en authentiek, en daarom slechts beperkt deelbaar en vergelijkbaar met anderen die (zich) verbeelden. De kern van het zijn van gene zijde, van andere sferen, van niet-stoffelijk zijn, is niet de verbeelding maar is de overdracht. Overdracht van gevoel, van weten, van ervaring van het zijn en het geweest zijn, en van het zullen zijn. Het zijn toen, en nu, en straks. De beelden zijn er omdat ik ogen heb, en een geest, het gaat om de juiste vertaling van de overdracht in mijn hersenen, in mijn verbeelding.

Ik zie verschijningen, zielen, op verschillende niveau’s, van duidelijk herkenbare figuren tot schimmen, vlekken, kleuren. In de zuiverste, niet vertaalde vorm is er geen beeld. Er is dan alleen weten dat er iets is, en weten wat dat iets is. En bij dat weten is vaak een gevoel, aanwezigheid van, angst, dreiging, vreugde, liefde. Maar dat gevoel hoeft er niet te zijn om te weten. En dat weten hoeft geen beeld te hebben, zelf geen herkenning dan de herkenning van het weten. Want op het niveau van de ziel is de menselijke geest geen voorwaarde tot het zijn.