Recent Work

  • De Lange Reis

    In De Lange Reis naar het Zesde Zegel ontmoet ik het zielemeisje Irana en haar moeder. Zij zijn verdronken, en nemen mij mee in hun wereld van stervende zielen. Daar begint een reis naar de toekomst van de wereld, en het verleden en de toekomst van mijzelf, en mijn eigen ziel.

     

    Read more... De Lange Reis  
  • Wachten op de hel of waar is kleine misha

     

     

     

     

     

     

     

     

    Een reis naar het toen van Buchenwald, Auschwitz en Hitler. Zes jaar lijden, lijden van de ziel, de zielemensen, en de ontmoeting met mijzelf.

     

     

    Read more... Wachten op de hel of waar is kleine misha  

Het Boek van het Ware Zijn der dingen

Het Boek van het Ware Zijn der dingen

 

05-12-03

 

Uit stof komt gij ter duister en uit stof vaart gij ter Licht. Zo is het lot des karma’s van de mens. En het stof transformeert. Zij transformeert van het zwarte stof ter duister tot het gouden stof ter Licht. Want in de puls des Heeren treden aan, de dragers van Sar. Want zij zijn van het Hoge Weten van al wat is geweest, wat is en wat komen zal. En de mens transformeert zich tot het gouden stof op de laatste top na het laatste dal zijner karma. En de mens heeft gedaald in de zeven dalen ter duister en de mens heeft gestegen tot de zeven toppen der zeven sferen Mijner Beweging. En op de hoogste der toppen ontvangt de mens het Hoge Weten. Het Hoge Weten van het Ware Zijn der dingen en transformeert aldus tot het gouden stof. En het gouden stof is onsterfelijk en eeuwig, zonder begin en zonder eind als de cirkel van Mijn Beweging.

En de mens legt af zijnen Alpha en zijnen Omega van zijnen ziel en ontstijgt aldus zijnen karma. En den mens betreedt den hoogsten top van den laatsten sfeer en zet zich in raking tot den zieners van Tor. En de mens schouwt tot den Tor en transformeert en betreedt het veld van het Ware Zijn der dingen. En het Hoge Weten van de dragers van Sar is het Ware Zijn tot den Tor, het Ware Zijn van al wat is ter poling en al wat is ter niet-poling, ter duister en ter Licht. En de mens in het veld van het Ware Zijn treedt buiten het karma der poling en versterft tot onsterfelijk, tot het gouden stof. En den puls raakt hem tot het Zijn. En de ruste raakt hem tot het Ware Zijn. En de mens ter ruste schouwt ter vier muren en treedt buiten de vier muren van het duister en zet zich tot reis tot de top der hoogste sfeer. En de mens transformeert en keert zijnen ziel in de laatste kering zijner karma tot boven zijnen vlees en zijnen vlees keert tot binnen zijnen ziel. En het stof des mensen in ruste transformeert tot het goud Mijner Beweging.

En al wat geschreven is in het Boek van het Ware Zijn der dingen behoort tot het Hoge Weten van de dragers van Sar en zal tot den mens niet komen dan tot den mens in ruste in den puls Mijner Beweging.

 

15-12-03

 

Heer, de verlossing. De verlossing van het karma. En de zevende maal wordt u verlost en keert tot uwen karma niet weer want de zeven maal zeven is overwonnen en draagt u, uwen ziel, uwen zijn tot de één staat tot één, tot de raking van Mijn Beweging, tot het Ware Zijn der dingen.

En de mens denkt, hij denkt in zichzelven en ziet zich in het zijn.

Maar het zijn is begrensd tot de vier muren van het duister en raakt niet tot het Ware Zijn. En de mens denkt aan zichzelven in definities en denkt aan zichzelven door het beeld, het beeld met kering. En de mens beziet zichzelven en beziet het beeld. En de mens is alleen en ziet zichzelven in de enige zonder dimensies. En de enige zonder dimensies is de mens aan deze zijde zonder het Besef en niet aan gene zijde zonder kering. En de mens bangt van de enige zonder dimensies en zet zijnen daden door de angsten ter duister en niet door de machten ter Licht. En de mens in de enige zonder dimensies is in het beeld van het zijn. En in de dalen van het duister kan de mens niet zien dan de enige zonder dimensies.

En de mens is niet-ziend en onmachtig tot zijnen karma dan door zijnen ziel. En stijgt den mens ten top dan raakt hij in binding tot zijnen ziel en komt in zijnen Besef door zijnen ziel. En de ziel ontketent en Licht het vlees en voert den mens tot den top, tot het Licht zijner sfeer. En de mens stijgt tot zeven toppen en lijdt door zeven dalen en zijnen ziel bewaart het Licht. En al wat de mens gevoerd heeft tot zijnen dalen en zijnen toppen bewaart den ziel. En opent zich zijnen ziel op den top dan opent zich den ziel tot alle machten der voorgaande toppen en opent zich tot alle keringen des ziels. En in de draaiing ontvangt u Mijn Beweging. En het middenpad voert door dalen en voert tot den zeven toppen. En de mens raakt in binding en komt tot het Besef door den binding met zijnen ziel.

En op de zevende dag zal Ik u verlossen want op de zevende dag keert uwen ziel tot het Hoogste Licht en ontwaakt u tot uwen Ware Zijn. En de vier wachters zijn u gevallig want u raakt tot al Licht aan de punt tot het duister en u raakt den Eser-ton-yal dat uitgaat van den neser. En de zieners van Tor ontbinden u want bij het ontstijgen uwer karma verliest u uwen kruis en raakt u zich tot het kruis uwen naasten en uwen vreemden en uwen vijanden. En de zieners van Tor ontbinden u want zij zijn niet in raking tot het duister maar dragen over aan zij die ademen. En zij dragen over den Tor, den Hoge Liefde en het Woord der Hoge Liefde en de wonderen der Eser-ton-yal ter aarde.

En de dragers van Sar brengen u ter ruste in poling tot niet-poling en brengen u aldus in raking tot al wat rust aan gene zijde in het Licht Mijner Beweging. En het Ware Zijn versmelt uwen vlees met het Hoge Weten door de ontbinding uwer ziel van uwen karma tot het Licht des Heeren in de derde maan van de zevende top op het pad uwer ziel.

Zo spreek Ik en het Boek zal u ontvallen door het Besef van het eindige uwes karma’s tot het Ware Zijn der dingen.

 

19-12-03

 

Het Ware Zijn der dingen. En als de mens is in het Ware Zijn der dingen, is al wat is in het Ware Zijn der dingen. Want de dimensies zijn niet twee maar zij zijn één. Zoals al wat is één is. Eén tot Mijn Beweging, één tot de Wijdte, één tot het ondefinieerbare zonder grenzen.

Doch de mens heeft zichzelven het zijn geschapen in de vier muren van het duister. En Mijn Barmhartigheid ging uit tot het duister in de tijd na de Echos van Sar en gaf het beeld tot den mens. En uit liefde zijt gij geboren en uit liefde geef Ik u het beeld. Opdat de mens niet in vertwijfeling stroomt tot het diepe duister. Want het beeld is de hoop die den mens roept tot Tegenstroom en zijn gelaat wendt zich van het tegenlicht tot het Licht. Maar het zijn is niet het Ware Zijn der dingen. Het is slechts het beeld. Het beeld dat de mens vastzet in de vier muren van het duister. En het Ware Zijn is onbegrensd en onbevlekt en ongepoold en is derhalve dat wat is in het zijn der dingen. Want dat wat is in het zijn is op zichzelven zonder beeld. En de mens ziet zichzelven in het beeld tot kering. En de mens ziet zichzelven niet tot dat wat is maar dat wat zich beeldt tot zijnen Ik.

En tot u kome de zeven maal zeven van het Ware Zijn der dingen en keren zich in de zeven tot zeven tot het karma is volbracht. En de mens die wedergeboort boven het karma beziet dat wat is en stelt zich boven de vier muren. En hem ontvallen de muur der tijd en der afstand en der materie en der binding des karma’s in leven en in dood. En aldus is de mens in het Ware Zijn en is nu en is toen en is straks want het duister is niet meer tot hem in raking.

En tot u, zienden in het Besef, richt Ik Mij door het Boek van het Ware Zijn der dingen. En tot u richt Ik Mij opdat u ter roeping staat tot het Ware Zijn der dingen in de barmhartigheid en Liefde Mijner Beweging, tot uwes naasten en uwen vreemden die tot u zijn, tot u zijn geweest en tot u komen in het zijn.

 

22-12-03

 

Het Ware Zijn der dingen, zo vliedt de tijd en herhaalt zich, herhaalt zich. Want de tijd des mensen cirkelt zich om het karma te volbrengen en te leren van het leven. En in het beeld des mensen is de tijd gerekt op de lijn van toen en nu en straks. Maar het is slechts het beeld en niet het Ware Zijn der dingen. Zo zal de mens herhalen en herhalen en past zijn daden aan in zijn tijd. En zijn daden brengen hem in,

  Oloch-san-imis-Sar   , de herhaling rond de ruste. Zo staan de daden der mens in het teken der poling en staat de intentie tot de daden in het teken der ruste. En in het Ware Zijn cirkelt de tijd om de punt, de opening tot de Wijdte. En de mens cirkelt rond zijnen ziel want zijnen ziel voert ter middenpad tot de Tegenstroom. En de poling kent zijn dimensie en cirkelt aldus in stroom en Tegenstroom, Licht en duister, zuivering en vervuiling.

En in het zijn der dingen volgt het één het ander in den tijd. Maar het is het beeld des mensen. En in het Ware Zijn der dingen is het begin en het eind der dingen niet in tijd, noch in afstand, noch in materie, noch in leven en dood. In het Ware Zijn der dingen is er de reis, de reis des mensen en de reis des volks en de reis der ziel in zijnen karma. En de reis is niet in de dimensie van het duister doch in de dimensie van het Licht. Zo staat de reis buiten de vier muren en is er het beeld binnen de vier muren want het duister is de Xenos voor de mens en zijn daden zijn in het beeld van het duister. En de mens ziet in de tijd en de ziel kent zijnen begrenzing en de ziel kent van de oneindigheid der Wijdte. En in het Ware Zijn verliest de tijd zijnen macht en zal de mens zich verheffen tot de reis in het Ware Zijn der dingen.

Zo schrijft het Boek, zo tot u kome het beeld van het Ware Zijn der dingen.