Recent Work

  • De Lange Reis

    In De Lange Reis naar het Zesde Zegel ontmoet ik het zielemeisje Irana en haar moeder. Zij zijn verdronken, en nemen mij mee in hun wereld van stervende zielen. Daar begint een reis naar de toekomst van de wereld, en het verleden en de toekomst van mijzelf, en mijn eigen ziel.

     

    Read more... De Lange Reis  
  • Wachten op de hel of waar is kleine misha

     

     

     

     

     

     

     

     

    Een reis naar het toen van Buchenwald, Auschwitz en Hitler. Zes jaar lijden, lijden van de ziel, de zielemensen, en de ontmoeting met mijzelf.

     

     

    Read more... Wachten op de hel of waar is kleine misha  

Het Boek Trilim-Bas

 

17-09-04

 

Brochu-toru-kal-Tor-yal-irim. En den Xenos zal zich openen en verheffen van het duister. En het Licht der Tor zal nederdalen en het lied der Engelen zal den Xenos bevruchten.

 

En Ik zal tot u komen in den Broech-nar-koemis-kor-yal-bas, de stilte der geboort des volks. En Mijnen Bloed zal nederdalen door het Lam en uwen Lichten roden tot uwen Arano. En Mijnen Zano zal nederdalen en helderen al Lichten ter duister, den aarde zal opensplijten en den poelen des Lichts zullen Lichten ter uwen duister op uwen dage en uwen nachte.

En Ik zal benoemen den plaatsen en den landen en den volkeren des zevenden volke in den brochu-toru-kal-Tor-yal-irim, den tijde Mijnes Zijns ter duister en den Lichting der materie door den Hogen Liefde. En den Wijdte zal u en uwen volkeren nader komen en den rand zal uwen nader komen en den materie, bezield en onbezield, zal uwen nader komen.

En al zal tot uwer ogen zijn zonder kering want uwen ogen zullen dubbelen en uwen geest zal dubbelen en uwen vlees zal dubbelen tot al wat u raakt ter Xenos en ter rand en ter Wijdte. En u zult zien als van den rand der hoogsten bergtoppen genaamd Himalaya ten tijden des zesden volke en genaamd Mount Everest en genaamd al den namen in al den talen uwer tijd. En uwen ogen zullen neerzien op den dalen uwer landen als zijnde ter top en ter dal. En u zult aanschouwen den sterren ter hemel ver van u en u zult aanschouwen den sterren na tot u en u zult tot hen al zijn als waart u nader tot hen.

En u zult uwen broeder zien en u zult uwen vreemden zien helder en zonder kering als kristal en u zult het bloed hunner harten zien als den liefde en barmhartigheid en den overgave van het bloed des Lam Gods. En uwen ogen zullen zien het bloed als enen stroom van rood licht en zij zullen zien den geest uwer broeder als enen stroom van blauwen licht. En zij zullen zien den vleze des mensen als glas en zij zullen zien den ziel ter vleze en zij zullen zien den ziel niet ter vleze.

En zo zullen ten uwen tijde kome het Weten van het zevende volke ten tijde der verbreking der zeven zegelen en der verheffing der zeven sluiers der Arano in den vleze des mensen door het Boek voor het zevende volk dat komen gaat in het nu uwer tijd, amen.

 

20-09-04

 

En het is in uwen tijd. En het geschiede in uwen tijd en den profeten zijn alom. En den profeten hebben zich opgelost want zij waren in hunner tijd, ten tijde der vervulling der profetieën voor het zesde volk. En den profeten lossen op en verenen met Mijnen Zijn. En den profeten verenen tot den stroom des zevenden volke ter brochu-toru-kal-Tor-yal-irim, ten tijde Mijnes Zijns ter duister in den Lichting der materie door den Hogen Liefde.

En ter Xenos zult u uwen steden herbouwen en zult u uwen wegen plaveiden in den cirkels des zevenden volke. En u zult uwen verworvenheden afleggen want zij zaaien den dood en u zult uwen verworvenheden binden tot uwen ziel en zij zullen leven oogsten, het leven des zevenden volke. En al wat u tot dood is ten tijde des zesden volke zal u tot leven worden ten tijde des zevenden volke.

En den klok der Xenos slaat zijnen jaren en zij geeft u den jaartallen uwer tijd. En den klok der Wijdte slaat, en zij geeft den puls uwer karma, het karma des zevenden volks. En zij pulst den puls Mijner Beweging en zij pulst den tijde des Lichts, den Echos der Wijdte in den Echos des karma’s der volkeren der Xenos. En uwen jaartallen zullen gelijk den profeten oplossen en uwen jaartallen worden gelijk honderd en uwen jaartallen worden gelijk nul. Want bij den verbreking der Echos lossen den volkeren des zesden volke op met de oplossing hunner profeten en den volkeren verenen zich tot het zevenden volk in den wedergeboort. En telt uwen jaren want in uwen jaren zijn er honderd ter duister tot het Licht Mijner Zijn tot het Licht Mijner Zijn ter zevenden volke. En telt uwen jaren want nu is u den jare nul tot den wedergeboort uwes volks. En telt uwen jaren want den Arano waart ter duister en vindt zich tot het Licht des zevenden volke en bindt zich tot het Licht des zevenden volke. En telt uwen jaren want elke is er een tot den sterving en wedergeboort, want nu is den tijde der profeten en nu is den tijde der Lichting der Xenos uit den duister der Echos der zesden volke. Zo brengt u het Weten en den Zijn het Boek voor het zevenden volk.

 

04-10-04

 

En den mens ziet om en hij weent. Kor-bach-San-koron-loch, den wenenden mens. Want wat is geweest kent genen vervolg en den mens weent bij den sterving der dagen van het toen. San-koron-loch, want den mens leeft zijnen levens. En den San is het teken der ziel waardoor den mens leeft. En den koron-loch, het wezen ter vleze, is slechts mens door zijnen San, het teken der ziel, den zeven des karma’s des mensen.

En in den Trilim-bas verlaat het volk Arano den kor-yal-bas en het volk is zonder zijnen ziel. En den mens weent want zijnen Lichtmeester heeft hem verlaten, zijnen tijd is geweest en het toen lost op ter sterving. En den kor-bach-San-koron-loch weent zich ter inkeer want het vlees dient ter sterving weder te geboren. En den koron-loch machtigt den Arano tot wedergeboort buiten den Mo-Loch, buiten den poort des stervens des vlezes en des ziels. Want den kering der Echos is waarlijk enen groten tijd en brengt den wonderen der Eser-ton-yal ter aarde. En den kering der Echos brengt den uitstoot der materie en den materie ontketent zich den wetten des duisters. En den wetten des duisters keren zich ter Trilim-bas en wedergeboren zich in den Echos-irim-Zano-bas, den tijde der verheffing der materie in het Goddelijk Licht ter aarde. En in uwen Echos-Kan-dar-is-kor-yal-bas, den tijde des duisters, zijn er den vier wetten der materie, en tijd, en ruimte, en leven en dood.

En Ik zeg u:

“Uwen materie is niet uwen materie ter Echos-irim-Zano-bas en uwen ruimte is niet uwen ruimte ter Echos-irim-Zano-bas en uwen tijd is niet uwen tijd ter Echos-irim-Zano-bas en uwen leven en uwen dood is niet uwen leven en uwen dood ter Echos-irim-Zano-bas. En uwen vleze zal niet gelijken uwen vleze en uwen tijd zal niet gelijken uwen tijd en uwen leven en uwen dood zullen niet gelijken uwen leven en uwen dood. U zult tot uwen zelven zien in verwondering en u zult tot uwen naasten zien in verwondering en tot uwen tijd en tot uwen ruimte. Want zij gelijken niet wat zij waren.

Veertien jaren uwer telling geef Ik u om uwen ogen des vlezes te openen en veertien jaren uwer telling geef Ik u om uwen ogen des harts en des Arano’s te openen. Zo leze het Weten der Echos-irim-Zano-bas. Zo leze het Weten der Echos-irim-Zano-bas.

 

18-10-04

 

En den dieren ter velde, zij zijn wetende voor den mens. Want den mens is in sterving zijner Echos en den dieren, zij wachten en weten. Want zij zien den Xenos in het nu hunner zijn en zij zien zonder besef van het toen en zij hechten niet aan het toen, noch hebben zij den materie van het toen noch het weten van het toen noch den angsten van het toen.

En den mens ziet zijnen dier. En den mens kijkt tot zijnen dier en verwondert. Want den mens beseft niet maar den mens ziet den verandering des diers.

Imis-kol-baris-yoem-nol-broch-San-koron-loch-imis-yal. En het dier leert den mens van den Xenos. En hij leert den mens van den Echos van het zevende volk, van den Echos-irim-Zano-bas. En de San-koron-loch is in den sterving en keert zich met zijnen volk. En in den geboort is er den nieuwen mens tot het nieuwen volk. En den mens verheft zich en het volk verheft zich. En den mens rekt zich want hij verheft zich doch is gebonden aan het plasma des duisters, het vuur der Xenos. Maar zijnen voeten worden hem tot was want den verheffing brengt den mens tot Mijnen Licht en tot den niet-poling. En den mens leert zich den zeven machten en verheft zich aldus boven den vier wetten des duisters. En zijnen voeten zijn hem tot was want den mens vloeit zich tot het plasma en vloeit zich tot het vuur der Xenos. En den mens zal gaan zonder beweging des vlezes en den mens zal zijn zonder den aarding zijnes vlezes en den mens zal ademen zonder den lucht der Xenos. En den mens zal niet meer weten van den richtingen en den diepten en den hoogten zijner begrenzingen zijnes vlezes.

En in zijner verheffing zal spreken het dier tot den mens:

“U komt tot mij ter Xenos en u bent tot mij ter Xenos. Laat mij uwen leidsel zijn, laat mij uwen aarden zijn, laat mij uwen Xenos zijn want ik ben uwen dienstbaar.”

En den mens zal kijken met zijnen ogen des vlezes en verwonderen den geest des diers. En den mens zal kijken met zijnen kroton-irim-bas, zijnen Lichtoog en weten van het weten en den wijsheid en den overgave des diers en zal hem dankbaar zijn en zijnen leidsel aanvaarden. En zo zal den mens het dier den Xenos laten zo zal het dier den mens den Lichting der zielen en den Lichting des volks laten. En zij zullen broederen want het Lam Gods heeft hen vermengd tot den Xenos des zevenden volke. En het dier zal zich offeren in den Lichten der profeten des zevenden volke en den mens zal zich in liefde en barmhartigheid aanvaarden tot den leidsels des diers. Opdat den mens zich kan aarden in den Xenos der Echos-irim-Zano-bas, amen.