Recent Work

  • De Lange Reis

    In De Lange Reis naar het Zesde Zegel ontmoet ik het zielemeisje Irana en haar moeder. Zij zijn verdronken, en nemen mij mee in hun wereld van stervende zielen. Daar begint een reis naar de toekomst van de wereld, en het verleden en de toekomst van mijzelf, en mijn eigen ziel.

     

    Read more... De Lange Reis  
  • Wachten op de hel of waar is kleine misha

     

     

     

     

     

     

     

     

    Een reis naar het toen van Buchenwald, Auschwitz en Hitler. Zes jaar lijden, lijden van de ziel, de zielemensen, en de ontmoeting met mijzelf.

     

     

    Read more... Wachten op de hel of waar is kleine misha  

 

Het Boek Oem-mis-Oem, of den verstilling van al.

 

En zo spreke van uwen wereld en uwen zijn en uwen Besef u leidt van al er is ter Xenos en al er is ter mense en ter ziele, zo zal het Boek Oem-mis-Oem u zegge van het niet-zijn, het Oem-mis en den einde der al en der dingen in den verstilling des al.

En ter einde der tro-mo-darin-Kan, is er den einde al beweging. Want als al is vereend, is er het Niet en zij is zonder spiegeling, het Oem-psi-mandoer, den verstilling des Niet. En al verstilt en al beweging verstilt. En ter kern der zijn der dingen ligt den Niet-zijn. En den Niet-zijn is als den schaduw zonder ding, is den leegte zonder vulling. En daar waar Ik ben is den Oem-psi-mandoer, den verstilling des Niet.

En Ik ben tot u gekomen door den spiegeling des zijns, door den Sor-i-Oem, den vulling des Niet. En als u en uwen zijn komt tot den kern, den bron des Lichts, den irim-sol-irim, en u door den stroming der Kan geraakt tot den Dor-i-Oem, den stroming des Niet, geraakt u tot den Niet-zijn. En den raking tot den Niet-zijn lost alles op en eindigt al. En aldus vereent u tot Mijnen Zijn en vereent u tot het Niet. En in den verening verstilt u, uwen ziel en al er is in uwen raking. En al eindigt en al verstilt tot den Oem-mis-Oem.

En het Niet-zijn der dingen kent zich den verstilling en kent zich den op-man-tin-Brodal-kin, den uitkering der al tot den Niet-zijn der fijnstof. En den Brodal is den Niet-zijn der dingen tot al wat was. En al is in Mij en al is niet dan tot Mij en al is wat niet is want Ik ben, Ik ben zonder zijn, in den verstilling is genen zijn, zij is het Hor-nan, het lege, het wezen des Niet.

Zo schrijve het Boek Oem-mis-Oem, amen.

 

13-01-06

 

Oem-mis-Oem, het Niet-zijn of den verstilling van al.

En den mens wijkt en den wereld wijkt en den volk wijkt en al wijkt. Hor-nan, het lege, Hor-nan, wezen des Niet. En den sluimering valt ter materie en al dingen verschaduwen. En er zij groot Licht en er zij niets.

En ter Niet-zijn is genen beweging en genen materie. Het is het Hor-nan. En al keert zich tot Brodal, tot fijnstof en den Brodal is het Niet. En zij is kern, den kern van al. En ter kern is Hor-nan.

En al glijdt ter Hor-nan want al is huls, omhuls. En al treedt ter Hor-nan en al is huls zonder zijn. Het beeld des Niet is het Lege, het Hor-nan. En het Niet-zijn is pal-dor-san, is zalig Niet. Het Niet-zijn is Zano, is Adem zonder Beweging, is verstilling, is Oem-mis-Oem.

En den wereld keert zich door den Oem-psi-mandoer tot den Oem-mis-Oem en komt tot stilstand, vormt zich tot huls, tot omhuls en lijnt zich uit tot Hor-nan, tot het Lege, tot het wezen des niet.

En er zij groot Licht en er zij genen beeld en er zij genen bron en genen zijn des Lichts. Het groot Licht der Hor-nan. En zijn is beeld en zijn is beweging en zijn is raking en zijn is vulling. En den Hor-nan maakt het zijn tot huls en den huls is het toen van het zijn. Den huls is het toen der beweging voor den verstilling. En er is genen raking van het Niet-zijn tot den huls. En binnen den huls is het Niet en buiten den huls is het zijn. Doch genen raking kent den Niet want zij is den Hor-nan, het Lege, het wezen des Niet.

Zo schrijve het Boek Oem-mis-Oem, amen.

 

16-01-06

 

Zano-sol-irim-pas-t-Oem-dal-nar. En Ik ben het Licht, het Licht zonder zijn, het Licht zonder toen. En ik ben zonder zijn en den Adem zonder stroming en het Licht zonder beelding. Oem-mis-Oem, en het Niet-zijn is buiten al raking en buiten al zijn.

 Daar waar den mens zich schaduwt en zijnen ziel en het volk en zijnen wereld, daar ben Ik. En zij die Mij raken komen ter Niet en verschaduwen hunner ziel. En den ziele draagt het Licht en den ziele komt tot het Licht en den ziele enigt tot het Licht. En ter ening verschaduwd den ziel en lost op ter Oem.

En Ik zegge u,

Het Boek Oem-mis-Oem kome tot u door den huls, den omhuls uwer beelding, den huls des toen, den schaduw des zijns. Want Ik ben zonder zijn, het zijn is uwes het Niet is Mijns.

Voorwaar Ik zegge u,

Voor het einde uwer tijden zult u ingaan in den Tuinen Mijner Heerlijkheid en raken den Brodal, den fijnstof, den Niet-zijn der materie. En u zult raken en voor uwen laatsten sterving ingaan tot den dor-i-Oem, den stroming des Niet.

En waar al eindigt tot Niet, daar ben Ik en daar zult u Mij vinden. En al uwen zijn verschaduwd tot den huls, den omhuls des toen.

En den mens kan niet raken tot den Oem, noch zijnen ziel, noch zijnen volk, noch zijnen wereld eer den Hor-nan, den Lege, den wezen des niet, al heeft verschaduwd tot den Brodal, den fijnstof, den Niet-zijn der materie. En enen stem klinkt, enen stem zonder klank, enen stem der verstilling, den stem der Hor-nan, den stem der verstilling des al, Oem-mis-Oem, opdat den stem kome tot u zonder raking uwer zijns, amen.

 

24-01-06

 

Bir-nach-san-Hor-nan-san-mich-Oem-dan,

En zeven Lichten keren ter Leegte en zevenmaal Licht het Niet.

En u, mens met zijnen ziel in verschaduwing, u zult zich beelden ter zeven Lichten, den zevenLichting uwer bond tot Mij. En ter uwen dagen zult u zich beelden den Oem, den Niet. En als enen bliksem beeldt den duister uwen Xenos zo zullen zevenmaal Lichten tot uwen zijn den Oem. En den Hor-nan spreekt den Stem der verstilling en draagt tot den Baar-mis-kin, den Besef der huls. En zeven overgaven brengt den mens tot den Oem-mis-Oem, den Niet-zijn. En zeven Lichten brengen u voor uwer tijde der ening tot den Baar-mis-kin, den Besef der huls. En ontketent den ziel zijner zijn ter uwen dage zo ontketent den ziel zijner zijn tot den Niet-zijn, ter Oem-mis-Oem, ter einde der wereld, ter einde der materie tot den Brodal, den fijnstof, den niet-materie.

Bir-nach-san-Hor-nan-san-mich-Oem-dan.

En aller zijn lost op en is opgelost en was opgelost in den Niet Mijner Beweging. En u kunt niet raken tot het Niet want u bent en Ik ben Niet.

En uwen verschaduwing is nabij ter dage der Boeken Oem-mis-Oem. En doch zult u komen tot den Baar-mis-kin, den Besef der huls. En voor den tijde der breking der materie en den einde en verschaduwing des al zult u vinden den Oem-mis-Oem.

En Ik richte tot u den bir-nach-san-Hor-nan, zeven keringen des Lichten ter Leegte en u komt tot den beelding der Hor-nan, den wezen des Niet en u zult keren tot den Groten Besef der Oem, mich-Oem-dan door den Baar-mis-kin.

Zo schrijve het Boek Oem-mis-Oem, amen.

 

23-03-06

 

Brama-baar-ipis. Den Besef der verandering brenge den zielen tot den dom-does-dom-mis-Oem, tot den poorte aller poorten, den poorte Oem’s, den poorte des Niet. En voor den poorte ligge den Baar-mis-kin, den Besef der huls, en den ziele opene zich en lege zich tot Oem, tot Niet. En uit den Oem vult zich den Sor-i-Oem, den vulling des Niet en den ziele worde tot Niet, als de vensters ener huis, als den poorte ener stad, als den diepte ener put, ener bron. En den ziele worde Yahru, duizend jaren voor zijnen tijde. En den ziele strale uit, zij strale uit den Niet en den Niet worde tot Licht door den huls tot den zijn. En den ziele worde tot Mijner Spiegel, tot het Licht Mijner Beweging, tot den Zano-irim, Mijnen Lichtenden Adem voor den wereld des zevenden volke.

 

25-06-06

 

En den mens komt ter ziele. En den ziele komt tot Mij. En ter zijn is uwen Besef. En buiten uwen zijn is er den Oem-mis-Oem, den Niet-zijn. En ter kerning des Niet-zijn is er den Pir-d-Oem-or-d-Oem, den Niet-Niet. En den Baar-mis-kin brengt u het Besef der huls. Het Weten, dat al zijn slechts toen is in de eeuwigheid en ondeelbaarheid Mijner. En uwen ziele komt tot Mij en kere ter Bach-sab tot den Yahru, tot den voorbijen Lichte. En den eeuwigen duisters putte, den kerning al’s, den eeuwigen ruste en vrede Mijner, opene tot den ziele Yahru. En den ziele kere en kere des toens en door den kere straalt zij uit. Zij straalt tot den zijn door den t-Oem-por, den dragers der ruste. En den ziele keert weder door den Modor en den Baat, nietiging en schepping. En den ziele opene den duisters putte in zichzelven en worde tot Baat, tot schepping. En al dat ligt ter Weten der ziele keert weder in den putte Yahru.

Ik, Pir-d-Oem-or-d-Oem, den eeuwigen ruste en vrede, Ik heb geschapen tot den ziele en den ziele is tot zijnen bron, tot Mijner, tot d-Oem-or-d-Oem, en zal scheppen. En u, uwen ter Weten Mijner, ter Weten Oem-mis-Oem, u hebt betreden den Oem-mis, den poorte des zijn. En daar zult u met Mij zijn in den Tor-no-sam-par-dan, den ondeelbaren, den oneindigen, den onvormigen. En ter vierendele, ter al omvattende, al doordringende, al overstijgende en al beroerende is Ik, den kerning, den punt al’s.

Dor-na-koe-li-be-sam-nos-am, boven den zijn is Ik, Leegte ter Leegte, Stilte ter Stilte.

Tra-no-k-Oem-d-or, Ik den al, al draait in Niet, zonder ebweging. Want den beweging is des zijns tot den Niet.

Tra-no-k-Oem-d-or, den omkering, al is Niet, al keert, al keert inne en al keert uite en inne is uite en uite is inne.

Pir-d-Oem-or-d-Oem, opdat er is Baat, is schepping door den Stilte, den Stilte der eeuwigen ruste, den Baat uit den Oem, den lijning uit den chaos, den schepping door den nietiging want al is omkering ter punte, ter Bach-sab, ter kerning al’s, ter Mijner, Pir-d-Oem-or-d-Oem.

Zo schrijve het Boek Oem-mis-Oem, amen.

 

 

En den Besef brenge u tot den straks uwer zijn en den verhevenheid uwer ziele Yahru, den duisters ziele, den herschapenen der Bach-sab, den duisters putte.

En den Boeke Oem-mis-Oem draagt al dat is Mijner en al dat is en is Niet en den Baladin, den Arke der Baat, den schepping, den Bach-sab, den duisters putte, zij dragen den Beseffe door den Weten der Boeke Oem-mis-Oem.

Zij dragen tot den zielen en zij dragen tot den zijn Mijner vulling der gelukzaligheid, dar-i-yan-dis. En den Boeke, zij dragen tot uwen den ruste en vrede Mijner, den Pir-d-Oem-or-d-Oem, den Niet-Niet, stralende den Tor, den Hogen Liefde tot al, tot al zijn, tot u, uwen ziele ter uwen zijn.

Zo den Boeke Oem-mis-Oem zich sluite tot den Boeken des zevenden volke, amen.